FCI-Standaard No. 218/21.10.2009/GB/Nederlandse vertaling

CHIHUAHUA Standaard (Chihuahueño).

Vertaling: C. Seidler.

Afstamming: Mexico.

Publicatiedatum originele standaard: 28.07.2009.

Gebruik: Gezelschapshond.

Classificatie FCI: Groep 9 Gezelschapshonden.

Sectie 6. Chihuahua.

Zonder werkproeven

 

KORTE HISTORISCHE SAMENVATTING

De Chihuahua wordt beschouwd als de kleinste rashond ter wereld en draagt de naam van de grootste

staat van de Mexicaanse Republiek (Chihuahua).

Men neemt aan dat deze honden vroeger in het wild leefden en, rond de tijd van de beschaving van de

Toltecs, werden gevangen en door de inwoners tam gemaakt. Illustraties van een gezelschapshondje,

“Techichi” genaamd, dat in Tula leefde, werden gebruikt als decoraties op stadsarchitectuur. Deze kleine

afbeeldingen lijken erg veel op de hedendaagse Chihuahua.

Algemeen voorkomen:

Deze hond heeft een compact lichaam. Zeer belangrijk is het feit dat zijn schedel appelvormig is en dat

hij zijn middelmatig lange staart erg hoog draagt, ofwel gebogen, ofwel in de vorm van een halve cirkel

met de punt naar beneden wijzend in de richting van de lendenen.

Belangrijke verhoudingen:

De lengte van het lichaam is iets meer dan de schouderhoogte. Gewenst is echter een bijna vierkant

lichaam, speciaal bij de reuen. Bij de teven is in verband met zwangerschap een iets langer lichaam

toegestaan.

Gedrag/temperament:

Snel, attent, levendig en erg moedig.

Hoofd:

Schedelgedeelte:

Schedel: Goed gerond appelhoofd (een typische eigenschap van het ras).

Stop: Zeer uitgesproken, diep en breed, het voorhoofd is gerond boven de snuitaanzet.

Gezichtsgedeelte:

Neus: Alle kleuren toegestaan. Middelmatig kort, de punt iets naar boven wijzend.

Snuit: Kort, van opzij gezien recht, breed aan de aanzet, toelopend naar de punt.

Lippen: Droog, nauw aansluitend.

Wangen: Slechts licht ontwikkeld, zeer vlak.

Kaken/tanden: Schaar of tanggebit. Boven- of onderbijtend, evenals alle andere afwijkingen in de

boven- of onderkaak, dienen absoluut bestraft te worden.

Ogen: Groot, rondachtig van vorm, erg expressief, niet uitpuilend, perfect donker. Lichte ogen

toegestaan, maar niet wenselijk.

Oren: Groot rechtop, wijd open, breed aan de aanzet, geleidelijk toelopend naar hun lichtgeronde punt.

In rust opzij gebogen een hoek van 45° vormend.

Nek: Bovenlijn licht gebogen. Middelmatig lang. Bij reuen zwaarder dan bij teven. Geen keelhuid. Bij

de langhaar variëteit is de aanwezigheid van een kraag met langer haar zeer gewenst.

Lichaam: Compact en goed gebouwd.

Toplijn: Recht.

Schoft: Slechts weinig zichtbaar.

Rug: Kort en sterk.

Lendenen: Goed bespierd.

Kruis: Breed en sterk, bijna vlak of licht hellend.

Borst: Brede en diepe borstkas, ribben goed gewelfd. Van voren gezien ruim, maar niet overdreven. Van

opzij gezien, reikend tot de ellebogen. Niet tonvormig.

Onderbelijning en buik: Gevormd door een duidelijk oplopende belijning. Slappe buiklijn toegestaan,

maar niet gewenst.

Staart: Hoog aangezet, vlak uitziend, middelmatig lang. Breed aan de aanzet, geleidelijk toelopend naar

de punt. Staartdracht is een belangrijk raskenmerk: als de hond loopt, wordt de staart ofwel in een boog

gedragen, of in een halve cirkel met de punt naar de lendenen wijzend, hetgeen balans aan het lichaam

geeft.

De staart mag nooit tussen de benen, noch onder de ruglijn gekruld worden gedragen. Het haar op de

staart is afhankelijk van de variëteit en is in overeenstemming met de vacht op het lichaam. Bij de

langhaar variëteit vormt de staart een pluim. In rust hangt de staart en vormt een lichte hoek.

Ledematen:

Voorhand: Rechte voorbenen en van een goede lengte; van voren gezien vormen ze een rechte lijn met

de ellebogen. Van opzij gezien zijn ze verticaal.

Schouder: Vlak en middelmatig bespierd. Goede hoeking tussen schouderblad en opperarm.

Elleboog: Vast en aansluitend aan het lichaam, hetgeen vrije beweging verzekert.

Middenvoet (pols): Licht schuin aflopend, sterk en flexibel.

Voorvoet: Erg klein en ovaal, met de tenen goed apart, maar niet gespreid (geen hazen- of kattenvoet).

Nagels bijzonder goed gebogen en middelmatig lang. Voetkussens goed ontwikkeld en erg veerkrachtig.

Hubertusklauwen zijn niet gewenst.

Achterhand: Achterbenen goed bespierd met lange botten, verticaal en evenwijdig ten opzichte van

elkaar, met een goede hoeking in de heup-, knie- en hakgewrichten, in harmonie met de hoeking van de

voorhand.

Hak: Kort met goed ontwikkelde Achillespees; van achteren gezien goed apart, recht en verticaal.

Achtervoet: Erg klein en ovaal, met de tenen goed apart, maar niet gespreid (geen hazen- of kattenvoet).

Nagels bijzonder goed gebogen en middelmatig lang. Voetkussens goed ontwikkeld en erg veerkrachtig.

Hubertusklauwen zijn niet gewenst.

Gangwerk/beweging:

Lange passen, veerkrachtig, energiek en actief, goed uitgrijpend en stuwend. Van achteren gezien

moeten de benen bijna evenwijdig ten opzichte van elkaar bewegen, zodat de voetafdrukken van de

achtervoeten precies passen in die van de voorvoeten.

Bij het verhogen van de snelheid vertonen de benen de neiging naar elkaar toe te bewegen in de richting

van de centrale lijn van het zwaartepunt (eensporig gaan). Vrij en soepel gangwerk, zonder zichtbare

inspanning, hoofd omhoog en vaste rug.

Huid: Glad en soepel over het hele lichaam.

Vacht:

Haar: In dit ras zijn er 2 vachtvariëten.

Korthaar: De vacht is kort, dicht aanliggend over het gehele lichaam. Als er een ondervacht is, is het

haar iets langer. Dun haar op keel en buik toegestaan, iets langer op de nek en staart, kort op het gezicht

en de oren. De vacht is glanzend en de structuur is zacht. Haarloze honden zijn niet toegestaan.

Langhaar: De vacht moet fijn en zijdeachtig zijn, glad of licht golvend. Te dikke ondervacht is niet

gewenst. Het haar is langer en vormt een bevedering op de oren, nek, aan de achterkant van voor- en

achterbenen, op de voeten en op de staart. Honden met een lange golvende vacht zijn niet toegestaan.

Kleuren: Alle kleuren in alle mogelijke schakeringen en combinaties zijn toegestaan, met uitzondering

van de kleur merle.

Maat en gewicht: Bij dit ras wordt alleen gekeken naar het gewicht, niet naar de hoogte. Ideale gewicht:

tussen 1,5 en 3 kg.

Honden die minder wegen dan 500 gram en zwaarder zijn dan 3 kg worden gediskwalificeerd.

Fouten: Alle afwijkingen van voornoemde punten moeten als een fout worden beschouwd en de ernst

van de fout moet worden beoordeeld in verhouding tot zijn graad:

- Ontbrekende tanden.

- “Dubbele” tanden (nog aanwezige melktanden).

- Puntige oren.

- Korte nek.

- Lang lichaam.

- Ronde of holle rug (Lordosis of Kyphosis).

- Hellend kruis.

- Smalle borst, vlakke ribbenkast.

- Staart: niet goed aangezet, kort of gekruld.

- Korte ledematen.

- Losse ellebogen.

- Te nauw van achteren.

Ernstige fouten:

- Smalle schedel.

- Kleine ogen, diepliggend of puilend.

- Lange snuit.

- Onder- of bovenbijtend.

- Onvaste kniegewrichten.

Diskwalificatiefouten:

- Agressief of overdreven bang.

- Hertentype honden (honden met een a-typische of extreme lichaamsbouw: te klein hoofd, lange nek,

mager lichaam, lange ledematen.)

- Honden met een open fontanel.

- Hangoor of kort oor.

- Merle kleur.

- Scheve kaak.

- Extreem lang lichaam.

- Ontbreken van staart.

- In de langhaar variëteit: honden met erg lang, fijn en golvend haar.

- In korthaar variëteit: kale plekken (alopecia).

- Honden die minder wegen dan 500 gram en zwaarder zijn dan 3 kg.

- Een hond die duidelijke lichamelijke- of gedragsafwijkingen vertoont wordt gediskwalificeerd.

N.B. Mannelijke dieren dienen 2 normaal ontwikkelde testikels te bezitten, die geheel in het scrotum

zijn ingedaald.

 

Vertaling: M.H.R. Silverentand.